MBO
PO
VO

Rapport | Staat van het onderwijs 2024

De Staat van het Onderwijs 2024 is gepubliceerd. Het rapport bevat aanbevelingen die ook relevant zijn voor partnerschappen en huisacademies, vanwege hun rol bij het verbeteren van de kwaliteit van onderwijsprofessionals via samen opleiden, begeleiden en professionaliseren. Partnerschappen SO&P spelen een belangrijke rol bij het versterken van de samenwerking tussen scholen, besturen en opleidingen, ook nu de onderwijsregio’s zich vormen. Dankzij de rijke expertise die de afgelopen 20 jaar is opgebouwd in het domein van samen opleiden, zijn deze partnerschappen goed gepositioneerd om deze samenwerking verder te bevorderen. Hun inzichten en ervaringen bieden waardevolle perspectieven voor het bouwen van bruggen tussen verschillende onderwijsorganisaties en professionals binnen het onderwijslandschap.

Opzet Staat van het onderwijs

De Staat van het Onderwijs laat op verschillende manieren zien of leerlingen en studenten voldoende leren en zich optimaal ontwikkelen. Dit doen ze door breed naar de kwaliteit van de scholen en instellingen te kijken en door te kijken naar wat leerlingen en studenten kennen en kunnen. De volgende categorieën zijn hierbij onder de loep genomen: kwaliteit van het onderwijs, basisvaardigheden, kansengelijkheid, welbevinden en sociale veiligheid, passend onderwijs, onderwijsprofessionals.

Belangrijkste bevindingen

Hieronder geven we een beknopte weergave van enkele bevindingen uit het rapport Staat van het onderwijs 2024 die relevant zijn voor/samenhang hebben met Samen Opleiden en Professionaliseren.

Kwaliteit van het onderwijs
In 2023-2024 is gestart om ook steekproeven van scholen te onderzoeken. De eerste resultaten van deze steekproefonderzoeken staan hieronder weergegeven.

  • Of leerlingen genoeg leren op scholen en afdelingen beoordeelt de inspectie met de standaard Resultaten. In het vo beoordeelt de inspectie de leerresultaten op 98% van de afdelingen als voldoende of goed. Op 97% van de bo-scholen waren de leerresultaten voldoende of goed. Het (v)so blijft achter met 77%.
  • Het pedagogisch-didactisch handelen werd bij 94% van de bo-scholen als voldoende of goed beoordeeld en bij maar 85% van de vo-afdelingen (Inspectie van het Onderwijs, 2024). Het gaat hierbij om oordelen op het niveau van de school of de afdeling. Een school of afdeling krijgt het oordeel voldoende voor het pedagogisch-didactisch handelen als een ruime meerderheid van de bezochte lessen op een school of afdeling voldoet aan de basiskwaliteit zoals beschreven in het waarderingskader. Op dit moment heeft de inspectie nog geen landelijk representatief beeld van de kwaliteit van het onderwijs in het mbo.
  • Iets meer dan 20% van de scholen is door de inspecteurs als onvoldoende of zeer zwak beoordeeld, een percentage dat mogelijk zal stijgen als de standaard Basisvaardigheden meegewogen wordt in het eindoordeel over scholen. Per sector verschilt de doorslaggevende reden om een school als onvoldoende te beoordelen. Het kan liggen aan de onderwijsresultaten, het zicht op de ontwikkeling en begeleiding van leerlingen, het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren en/of de kwaliteit van de wijze waarop scholen een veilige omgeving voor leerlingen creëren. Het bij wet verplichte stelsel van kwaliteitszorg functioneert niet altijd naar behoren, vooral in het voortgezet onderwijs (vo), (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so), en basisonderwijs (bo). Inspecteurs constateren dat concrete, toetsbare doelen vaak ontbreken en evaluatie niet altijd plaatsvindt.

Financieringssystematiek
Voor bestuurders is het lastig om lange termijnplannen te maken doordat steeds meer geldstromen incidenteel zijn. Voor duurzame onderwijsverbetering is structurele financiering van belang. Een langetermijnaanpak met passende structurele financieringssystematiek is essentieel om duurzame onderwijsverbeteringen te bevorderen.

Onderwijsprofessionals
In de Staat van het onderwijs wordt aangegeven dat er veel behoefte is aan scholing voor onderwijsprofessionals. Het leren van collega’s en leren door te doen wordt als effectiever ervaren, maar daarvoor is leiding en sturing nodig. Professionaliseringsprocessen kunnen effectiever worden ingezet, zodat de activiteiten een grotere bijdrage leveren aan de onderwijskwaliteit. Het ontbreekt vaak aan een heldere visie op onderwijs, concrete doelen, en evaluatie van de activiteiten. Het delen en borgen van opgedane kennis gebeurt niet altijd. Daarom is het belangrijk dat professionalisering minder vrijblijvend wordt en prioriteit krijgt, met een stimulerende leercultuur en ondersteunende leidinggevenden. Een helder beleid kan het professionaliseringsproces binnen scholen en opleidingen beter faciliteren en borgen. Schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs benadrukken verder het belang van het intensiveren van begeleidingstrajecten voor startende leraren als een effectieve maatregel om het lerarentekort te verminderen.

Zij-instroom
Het aantal zij-instromers neemt toe. In 2023 zijn er 916 subsidies toegekend voor zij-instromers in het po, 1.018 in het mbo, en 351 in het vo (OCW, 2023b). Aanvragen voor subsidies voor zij-instroom komen in het po verhoudingsgewijs vaak voor in de G5, waar ook de lerarentekorten het meest nijpend zijn. In het vo zijn zij-instromers relatief vaak te vinden bij de tekortvakken. Deze zij-instroom is noodzakelijk, gezien de dalende instroom in de tweedegraads lerarenopleidingen, vooral bij de tekortvakken Nederlands, wiskunde, Duits en Frans. Ook de instroom in de universitaire lerarenopleidingen daalde in 2022. De instroom in de pabo is al enkele jaren stabiel.

Doorstroom
Het aandeel afgestudeerden van de lerarenopleidingen die aansluitend werken in het onderwijs is de afgelopen jaren gestegen (OCW, 2023b). In 2013 had 75% van de pabo-afgestudeerden een jaar later een onderwijsbaan, in 2021 was dit 89%. Ook de afgestudeerden van de tweedegraads lerarenopleidingen vinden steeds vaker een baan binnen het onderwijs, met een stijging van het aandeel van 60% in 2013 naar 75% in 2021. Pas afgestudeerde leraren krijgen vaker een reguliere baan in plaats van een vervangingsbaan en ook sneller en vaker een vast contract (De Vos et al., 2023). In 2018 had 65% van de pas afgestudeerde leraren in het po een contract met (uitzicht op) vaste aanstelling en in 2023 steeg dit naar 88%. In het vo stegen deze percentages van 75% naar 87%. Een goede begeleiding op de werkplek van beginnende leraren is cruciaal om deze groep voor het onderwijs te behouden (Inspectie van het Onderwijs, 2023b).

Gerelateerde berichten